Wanneer MFA niet meer genoeg is: Adversary-in-the-Middle-phishing

Na het blokkeren van risicovolle authenticatiestromen zoals Device Code Flow lijkt de basis op orde. Gebruikers loggen interactief in, MFA is verplicht en Conditional Access staat strak ingericht. Toch zien we in de praktijk dat accounts nog steeds worden overgenomen, zonder dat wachtwoorden of MFA-codes ooit zijn gestolen.

Dat gebeurt via Adversary-in-the-Middle (AiTM) phishing.

Wat AiTM anders maakt dan klassieke phishing

Bij traditionele phishing probeert een aanvaller inloggegevens te verzamelen om die later te misbruiken. MFA doorbreekt dat model: zonder tweede factor komt een aanvaller niet verder. AiTM-phishing werkt fundamenteel anders. De aanvaller plaatst zich tussen de gebruiker en de echte inlogdienst. Technisch gezien gebeurt dit via een reverse proxy die al het verkeer real-time doorstuurt.

Voor de gebruiker:

  • ziet de loginpagina er volledig legitiem uit;
  • klopt de URL vaak grotendeels;
  • werkt MFA zoals verwacht.

Voor de aanvaller:

  • zijn gebruikersnaam, wachtwoord en MFA-interactie direct zichtbaar;
  • wordt het sessietoken live onderschept;
  • ontstaat direct toegang tot de cloudomgeving.

Er is geen hergebruik van credentials. De aanval speelt zich af terwijl de gebruiker zelf inlogt.

Waarom MFA hier faalt

MFA valideert of een gebruiker is wie hij zegt te zijn. AiTM misbruikt precies dat moment. De gebruiker is écht aanwezig en keurt de login goed, alleen gebeurt dat via een ongewenste tussenpartij. Voor Microsoft Entra ziet dit eruit als:

  • een normale interactieve login;
  • vanaf een geldig IP-adres;
  • met succesvolle MFA.

Security-controls worden niet omzeild, maar correct uitgevoerd, alleen in de verkeerde context.

Wat een aanvaller krijgt na een succesvolle AiTM-aanval

Het belangrijkste doel van AiTM is niet het wachtwoord, maar het sessietoken. Dat token fungeert als een digitale sleutel en geeft toegang tot: e-mail en agenda, SharePoint en OneDrive, Teams-chats en bestanden en soms zelfs admin-interfaces, afhankelijk van het account. Zolang het token geldig is, hoeft de aanvaller zich niet opnieuw te authenticeren.

Waarom dit lastig te detecteren is

AiTM-aanvallen zijn moeilijk te herkennen omdat:

  • er geen foutieve logins plaatsvinden;
  • MFA correct wordt uitgevoerd;
  • er geen verdachte authenticatiemethoden worden gebruikt.

Zonder aanvullende signalen lijkt het gedrag legitiem. Dit maakt duidelijk dat alleen vertrouwen op MFA en login-events onvoldoende is.

Wat dit betekent voor je security-aanpak

Deze aanvalstechniek laat zien dat:

  • identiteit niet alleen beschermd moet worden bij het inloggen;
  • sessies en tokens net zo belangrijk zijn als credentials;
  • context (device, browser, binding) cruciaal wordt.

Zodra een aanvaller een geldig token heeft, verschuift het probleem van preventie naar beperking van impact.

Eerste technische maatregelen

AiTM volledig voorkomen is lastig, maar je kunt het risico aanzienlijk verkleinen:

  • Forceer moderne authenticatie en blokkeer legacy protocollen
  • Gebruik Conditional Access met duidelijke context-eisen
  • Beperk toegang tot gevoelige applicaties tot bekende apparaten
  • Dwing sterke authenticatiemethoden af waar mogelijk

Toch blijft er één fundamenteel probleem bestaan: tokens zijn vaak niet gebonden aan het apparaat waarop ze zijn uitgegeven. En precies daar zit de volgende verdedigingslaag. Lees hier de blog Wanneer tokens de nieuwe aanvalsvector worden: Token Protection in Conditional Access.

Hoe kunnen Nederlandse organisaties zich beschermen tegen Adversary‑in‑the‑Middle (AiTM) phishing, zelfs wanneer MFA al verplicht is?

Hoewel MFA essentieel blijft, biedt het geen volledige bescherming tegen AiTM‑phishing. Nederlandse organisaties kunnen zich beter wapenen door aanvullende identity‑ en sessiebeveiliging in te zetten. AiTM misbruikt het moment waarop de gebruiker écht inlogt, waardoor traditionele MFA-controles werken zoals verwacht, maar in de verkeerde context.

Om het risico te verkleinen, helpt het om meerdere verdedigingslagen toe te voegen, zoals:

  • Blokkeren van legacy‑authenticatie en risicovolle flows
    Legacy protocollen en flows zoals Device Code Flow vergroten de kans op misbruik.
  • Conditional Access uitbreiden met context‑signalering
    Denk aan eisen rondom device compliance, locatie, client‑app en sign‑in risk.
  • Beperking van toegang tot gevoelige applicaties
    Alleen toestaan vanaf beheerde of geregistreerde apparaten.
  • Gebruikmaken van moderne, phishing‑resistente authenticatie
    Bijvoorbeeld passkeys, Windows Hello for Business, of FIDO2‑tokens.

Voor veel organisaties is het essentieel om van alleen authenticatiebeveiliging naar sessiebeveiliging te gaan. Dat maakt AiTM‑aanvallen veel moeilijker en beperkt de impact wanneer een sessietoken toch wordt onderschept.

MFA faalt bij AiTM omdat de methode goed werkt in een verkeerde context. De aanvaller zit letterlijk tussen de gebruiker en de clouddienst, waardoor:

  • de loginpagina legitiem lijkt
  • de URL grotendeels klopt
  • de gebruiker zélf MFA goedkeurt
  • Microsoft Entra geen afwijkingen detecteert

Voor Microsoft 365/Entra lijkt het alsof:

  • een geldige gebruiker inlogt
  • vanaf een verwacht IP-adres
  • met een succesvolle MFA-interactie

Het resultaat: het sessietoken wordt onderschept, niet de MFA-code. Dit token geeft directe toegang tot e-mail, Teams, SharePoint, OneDrive en soms admin‑interfaces, zonder opnieuw te hoeven inloggen. Voor organisaties betekent dit dat het klassieke model “MFA is genoeg” niet langer standhoudt. Identity‑security moet zich uitbreiden naar:

  • token‑binding
  • continual access evaluation
  • signaalgestuurde access policies
  • device‑ en browser‑context

Kortom: de identiteit stopt niet bij het inlogmoment. Sessies en tokens vormen een even belangrijk onderdeel van de beveiliging.

AiTM‑aanvallen zijn lastig te detecteren omdat ze geen klassieke waarschuwingssignalen geven: geen foutieve logins, geen mislukte MFA en geen verdachte authenticatiemethoden. Daarom zijn aanvullende maatregelen nodig die zich richten op sessies, tokens en contextuele signalen. Belangrijke maatregelen zijn:

  1. Token binding (waar mogelijk)
    Voorkomt dat een token bruikbaar is op een ander device dan waar het is uitgegeven.
  2. Continuous Access Evaluation (CAE)
    Hierdoor kunnen sessies real‑time worden beëindigd bij afwijkend gedrag.
  3. Adaptive Conditional Access
    Onder andere: device‑trust, browser‑signalen, risky sign‑ins, anomaliedetectie.
  4. Streng device‑ en appbeheer
    Bijvoorbeeld toegang tot gevoelige apps alleen vanaf compliant of managed apparaten.
  5. Beperken van sessieduur
    Kortere tokens verkleinen de tijd dat een aanvaller toegang heeft.
  6. Gebruik van phishing‑resistente authentication
    Vooral passkeys en FIDO2.

Met deze maatregelen verschuift de aanpak van “aanvallen voorkomen” naar “impact beperken”, wat essentieel is bij moderne identiteitsaanvallen zoals AiTM.

Deel de post:
Facebook
LinkedIn
Twitter
Pinterest
WhatsApp

Gerelateerde berichten

Plan je Teams meeting

Wil je sparren met ons?